VEEL VOORKOMENDE PROBLEMEN EN/OF AFWIJKINGEN :

De eerste gebitsproblemen ontstaan meestal:

Bij het wisselen, door het niet goed afkomen van de veulen tanden
en -kiezen, de zgn. "doppen".

Door verkeerde slijtage, die veroorzaakt kan worden door:

1. Erfelijke afwijkingen: B.v. onderbijten (snoekebek); overbijten (varkensbek); te nauwe kaak; te veel ruimte tussen de kiezen, de zgn. "diastase"; rudimentaire kiesjes, "wolfskiesjes" genoemd; zwevende (erratische) kiezen.

2. Ongevallen (trauma’s): De problemen ontstaan meestal door een afwijkend genezingsproces. Soms zijn ze onherstelbaar, zoals een tand- of kiesbreuk veroorzaakt door bv. een kiezel in het hooi. Soms ontstaat ook een komplete kaakbreuk door bv. het bijten in de tralies. En meerdere keren treedt er blijvende schade op ten gevolge van een klap van een ander paard.

3. Voeding: De huidige voeding is vaak veel te zacht, waardoor het paard te oppervlakkig gaat kauwen. Hierdoor vertoont het gebit op den duur een afwijkende slijtage die op zijn beurt weer tot andere problemen kan leiden, o.a. koliek.

4. Stalondeugden: Bv. Door te kribbebijten en te raspen ontstaat vooral aan de tanden een zeer onregelmatige slijtage. Het afsnijden van gras met deze tanden kan hierdoor moeilijk , en in erge gevallen haast onmogelijk worden.

Gebitsproblemen komen meestal tot uiting bij het eten (staan laten, knoeien, soppen met water) en/of tijdens het gebruik. Dit laatste in vele vormen van verzet zoals het kantelen met het hoofd, het hangen op of onttrekken aan het bit, de tong over het bit gooien, achter/over het bit gaan, teveel dingen om op te noemen. Te vaak wordt dit afgedaan als onwil van het paard (dus…. een scherper bit, de aansnoer-neusriem nog wat strakker!), maar deze stelt zich graag in dienst van de mens en als het een dergelijk gedrag vertoont is er bijna altijd een oorzaak !!! Afwijkingen.

Dezen worden in de regel alleen erger, o.a. door verschil in breedte van boven- en onderkaak en de glazuurlaag, die verweven door de kies aanwezig is (en funktioneert als een molensteen) en niet altijd dezelfde hardheid vertoont als de tegenoverliggende kies. Zo ontstaat er doorgroei en dit is vaak het begin van een zgn. golfgebit.

In extreme gevallen groeit een kies van de ene kaak zover door, dat de tegenoverliggende kies totaal verdwijnt, en zelfs tot in het kaakbot wegslijt. Dit is zeer pijnlijk en reden tot ernstig konditieverlies,zelfs van niet meer kunnen eten. Door niet gelijktijdig te wisselen komen tegenover elkaar liggende kiezen op verschillende hoogtes met elkaar in slijting, en dan ontstaat een trapvormig gebit.

Een ander probleem is oa. het in de lengte richting breken van een kies, die wel in de kaak blijft zitten. (B.v. door een kiezel of een ander hard materiaal in het hooi). Op den duur ruikt men vaak een vieze geur uit de mond van zo’n paard; dan gaat het ook dikwijls samen met chronische neusuitvloe´ng.

Ook als er een kies verloren gegaan is moet de tegenoverliggende kies (de antagonist) regelmatig afgeslepen worden. Maar natuurlijk geldt voor alles:

Voorkomen is beter dan genezen!

Een (erfelijke) afwijking die (bij het Friese paard) steeds vaker voorkomt, is "diastase".

Dit is een ruimte tussen de kies-inplanten waarin voedsel klem blijft zitten en op den duur gaat wegrotten. Dit stinkt vreselijk! Vaak wordt het tandvlees hierdoor ook aangetast, wat zeer pijnlijk is. Er zijn paarden die vanaf hun 2e jaar al veel last hebben, en alleen moeizaam kunnen eten.
Zo'n gebit vraagt al op jeugdige leeftijd om geregeld onderhoud en een aangepast dieet.
Ook het zien van "proppen", uitgekauwde etensresten die het paard uit de mond laat vallen, duidt altijd op een probleem. Het spreekt voor zich zelf dat de konditie ook hier op den duur ernstig hinder van ondervindt. Door de ontstekings-processen in en bij de wortels kunnen "sopkiezen" ontstaan; de wortels verweken, lossen gedeeltelijk op en gaan rotten waardoor de kiezen los in de kaak komen te staan. Dit is zeer pijnlijk tijdens het kauwen, zodat verwijdering van deze kiezen de enige oplossing is.
Tandsteen komt ook bij paarden voor en kan voor een ontsteking van het er onder liggende tandvlees zorgen. Aangekoekte randen van zo’n 3cm, vooral rondom de haaktanden, zijn geen uitzondering. Verwijdering hiervan spreekt voor zich.
Een vrij onschuldige afwijking is het "hangend rooster"; dit komt meestal voor tijdens het wisselen. Het verdient aanbeveling er bij het gebruik en keuze van het bit rekening mee te houden, maar meestal gaat het na het wisselen vanzelf over. Vele gevallen van koliek vinden hun oorzaak in een slecht gebit en zouden dus voorkomen kunnen worden. Want door te oppervlakkig kauwen, waardoor de voedselmassa te weinig smering krijgt, kunnen verstoppingen ontstaan. Voor de gezondheid van het paard is het van belang dat het dier goed voorbewerkt voedsel in de (kleine) maag en darmen krijgt, zodat hier een optimale omzetting plaats kan vinden. Een paard heeft normaal een speeksel produktie van ▒ 40 liter per dag om het voedsel voldoende te smeren; dit lukt alleen als het paard goed kan kauwen.
Enkele voorbeelden van een slechte vertering zijn het ontbreken van glans op de vacht, magerte bij ruim voedsel, veel water drinken tijdens het eten en te lang werk hebben met de maaltijd.
Stofwisselingsziektes die uit een slecht gebit kunnen ontstaan zijn bijv.: maandagsziekte, bevangenheid, het aan de nageboorte blijven staan, niet dragend willen worden en meer ongewenste zaken. Een paard behoort helder, levendig en nieuwsgierig uit de ogen te kijken en oplettend en vrolijk te zijn. Dus niet lusteloos, apatisch of schrikachtig. Door de ontstekings-processen in en bij de wortels kunnen "sopkiezen" ontstaan; de wortels verweken, lossen gedeeltelijk op en gaan rotten waardoor de kiezen los in de kaak komen te staan. Dit is zeer pijnlijk tijdens het kauwen, zodat verwijdering van deze kiezen de enige oplossing is.

Voornamelijk bij oudere paarden die voor het eerst in de mond gekeken worden blijkt meerdere malen dat sommige kiezen "op" zijn. Een gebit daarentegen dat vanaf jeugdige leeftijd goed is onderhouden stelt het paard in staat tot op hoge leeftijd goed te eten en op alle manieren goed te funktioneren.

Klik hierop om terug te gaan naar de keuze-lijst..........